boekbespreking
30 September 2011Een boekbespreking is op maandag datum: maandag
- Abdurrahman 24 oktober
- Daantje 31 oktober
- Sahrif 7 november
- Sofie 14 november
- Laura D. 21 november
- Laura V. 28 november
- Noah 12 december
- Ozlem 19 december
- Jan 9 januari
- Camden 16 januari
- Ismael 23 januari
- Ruben 30 januari
- Dounya 6 februari
- Lars 13 februari
- Luka 27 februari
- Ayush 5 maart
- Berkant 12 maart
- Jesper 19 maart
- Adri 26 maart
Hoe maak ik een boekbespreking:
Wat is de bedoeling?
Bespreek in je eigen woorden een leuk boek.
Kies een boek voor je eigen leeftijd. Het is de bedoeling dat de kinderen door jouw boekbespreking zo enthousiast worden, dat ze dat boek ook gaan lezen.
De boekbespreking mag je niet aflezen van een blaadje, je moet vertellen. Je mag wel een blaadje hebben waar korte punten (sleutelwoorden) op staan. Zo zorg je ervoor dat je alles vertelt en niets vergeet. Ter ondersteuning kan je powerpoint presentatie maken. Zet deze op een usb stick of mail deze naar de juf of meester.
Hoe bereid ik mijn boekbespreking voor?
Mijn boekbespreking in de klas.
Vertel:
-de titel van het boek;
-wie de auteur (schrijver) is en wat je allemaal over hem/haar weet ( informatie over auteurs kun je vinden in de bibliotheek en op internet);
-wie de illustrator (tekenaar) is;
-wie de uitgever van het boek is;
-of het boek in het Nederlands is geschreven of vertaald;
-waarom je het boek hebt gekozen om te gaan lezen en om over te vertellen;
-wie de hoofdpersonen zijn (dit kunnen mensen maar ook dieren zijn); vertel hoe ze zijn: aardig, gemeen, raar, geniepig, enzovoort;
-waar het verhaal zich afspeelt (in Zoetermeer, in een ver land, op school, op de camping enzovoort);
-wanneer het verhaal zich afspeelt ( nu, vroeger, heel lang geleden, ’s nachts, in de zomer enzovoort);
-de inhoud van het boek; gebruik hiervoor ongeveer drie minuten en let er op dat je niet verklapt hoe het verhaal afloopt;
-een fragment uit je boek (niet meer dan één bladzijde). Kies een stukje uit je boek. Vertel heel kort wat er aan dat fragment in het boek voorafgaat en lees dan het fragment voor. Natuurlijk kies je een mooi, spannend, leuk stuk uit je boek.
Let bij het voorlezen op: verstaanbaarheid, tempo, op toon lezen, punten en komma’s, mimiek ( dit is het uitbeelden van wat je voorleest, vooral met je gezicht), stemmetjes.
-waarom je de titel juist wel of juist niet bij het boek vindt passen;
-wat je zelf van het verhaal/boek vindt (eng, leuk, grappig, zielig, spannend, stom enzovoort);
-welke boeken deze auteur nog meer heeft geschreven. Heb je ze bij je, laat ze dan even zien.
Veel plezier en succes met voorbereiden.
