Waar zijn we met rekenen en spelling?
1 November 2011Rekenen
We zijn begonnen met blok 4 van de methode. Voor dit blok hebben de kinderen geleerd om getallen tot 100 op de getallenlijn te plaatsen, heen- en terugtellen tot 100 en optellen en aftrekken over het tiental (en dan vooral nog over het tiental 10). Ook is er een begin gemaakt met de begripsvorming over vermenigvuldigen, zoals herhaald optellen.
We gaan in dit blok verder met de begripsvorming over vermenigvuldigen. Herhaald optellen wordt nu het maken van een keersom: 5+5+5 is hetzelfde als 3 x 5. Het uitrekenen van een keersom wordt aangeleerd d.m.v. strategiën, zoals halveren en verdubbelen. Bijvoorbeeld: 4 x 5 is het dubbele van 2 x 5. Of 5 x 3 is de helft van 10 x 3.
Het is erg handig om ook thuis te beginnen met het oefenen van de tafels. Naast het begrip van de keersommen moeten deze ook geautomatiseerd worden. De tafels die op school als eerste aangeboden worden zijn de tafels van 2, 3 en 5. Natuurlijk mogen andere tafels ook geoefend worden. Op het internet zijn verschillende websites te vinden waar je tafels kunt oefenen.
Ook wordt er in dit blok aandacht besteed aan optellen en aftrekken met tienvouden (34 + 40 of 56 - 20), oppervlakte meten met een natuurlijke maat (hand, vierkant, tegels) en geldrekenen met munten en papiergeld.
Spelling
Bij spelling zijn de volgende regels al aan bod gekomen:
- ng en nk
- sch
- woorden die eindigen op 2 medeklinkers, je hoort hier vaak een 'u' die je niet schrijft (kerk ipv /keruk/ of film ipv /filum/)
- ei en au (de woorden met 'ei' en 'au' zijn woorden die uit het hoofd geleerd moeten worden)
- ch en cht
- eer, oor, eur (je hoort /ir/ /or/ /ur/, maar schrijft eer, oor, eur)
- aai, ooi, oei (je hoort /j/ maar je schrijft i)
